Alleenwonen.nl
Partner site van: www.heinpragt.com
(c) Hein Pragt
logo alleenwonen.nl
Zoeken op deze site!
 
 

Schoolvakanties 2009-2010

schoolvakanties

Vakantiedata schooljaar 2009-2010

De vakantiedata op deze pagina gelden voor alle basisscholen, speciale scholen voor basisonderwijs, scholen voor het voortgezet onderwijs. De data van de zomervakanties zijn verplicht, voor de overige vakantiedata geldt dat het Ministerie van OCW voor deze vakanties slechts adviesdata aangeeft, scholen mogen hier dus van afwijken. Het ministerie adviseert u bij de school na te gaan op welke dagen deze gesloten is in verband met vakantie.

Data schoolvakanties regio Noord schooljaar 2009-2010
Soort vakantie Data basisonderwijs & speciaal onderwijs Data voortgezet onderwijs
Herfstvakantie 17.10.2009 t/m 25.10.2009 17.10.2009 t/m 25.10.2009
Kerstvakantie 19.12.2009 t/m 03.01.2010 19.12.2009 t/m 03.01.2010
Voorjaarsvakantie** 20.02.2010 t/m 28.02.2010 20.02.2010 t/m 28.02.2010
Meivakantie 30.04.2010 t/m 09.05.2010 30.04.2010 t/m 09.05.2010
Zomervakantie 10.07.2010 t/m 22.08.2010 10.07.2010 t/m 29.08.2010
 
Data schoolvakanties regio Midden schooljaar 2009-2010
Soort vakantie Data basisonderwijs & speciaal onderwijs Data voortgezet onderwijs
Herfstvakantie 17.10.2009 t/m 25.10.2009 17.10.2009 t/m 25.10.2009
Kerstvakantie 19.12.2009 t/m 03.01.2010 19.12.2009 t/m 03.01.2010
Voorjaarsvakantie** 20.02.2010 t/m 28.02.2010 20.02.2010 t/m 28.02.2010
Meivakantie 30.04.2010 t/m 09.05.2010 30.04.2010 t/m 09.05.2010
Zomervakantie 03.07.2010 t/m 15.08.2010 03.07.2010 t/m 22.08.2010

Data schoolvakanties regio Zuid schooljaar 2009-2010
Soort vakantie Data basisonderwijs & speciaal onderwijs Data voortgezet onderwijs
Herfstvakantie 24.10.2009 t/m 01.11.2009 24.10.2009 t/m 01.11.2009
Kerstvakantie 19.12.2009 t/m 03.01.2010 19.12.2009 t/m 03.01.2010
Voorjaarsvakantie** 20.02.2010 t/m 28.02.2010 20.02.2010 t/m 28.02.2010
Meivakantie 30.04.2010 t/m 09.05.2010 30.04.2010 t/m 09.05.2010
Zomervakantie 24.07.2010 t/m 05.09.2010 17.07.2010 t/m 05.09.2010


Overzicht schoolvakanties schooljaar 2010/2011

bo = basisonderwijs (voor het speciaal basisonderwijs gelden dezelfde data)
vo = voortgezet onderwijs (voor het speciaal voortgezet onderwijs gelden dezelfde data)

Vakantie DatumRegioOnderwijs
herfst 16-10-10 t/m 24-10-10 midden/zuid bo/vo
herfst 23-10-10 t/m 31-10-10 noord bo/vo
kerst 18-12-10 t/m 02-01-11 noord/midden/zuid bo/vo
voorjaar 19-02-11 t/m 27-02-11 noord/midden/zuid bo/vo
mei 30-04-11 t/m 08-05-11 noord/midden/zuid bo/vo
zomer 23-07-11 t/m 04-09-11 noord bo
zomer 16-07-11 t/m 04-09-11 noord vo
zomer 02-07-11 t/m 14-08-11 midden bo
zomer 02-07-11 t/m 21-08-11 midden vo
zomer 09-07-11 t/m 21-08-11 zuid bo
zomer 09-07-11 t/m 28-08-11 zuid vo

Meer info op: schoolvakanties-nederland


ICE nummers opslaan in uw GSM toestel

(c) 2010 Hein Pragt

Het is een goed idee (zeker als u op vakantie gaat) om ICE nummer op te slaan in uw telefoon. ICE is een afkorting voor In Case of Emergency en het is een internationaal begrip dat bekend is bij alle hulpdiensten ter wereld. Het geeft aan welk telefoonnummer gebeld moet worden wanneer u een ongeluk gehad heeft,wanneer u de afkorting (ICE) voor een contactpersoon in je mobiele telefoon plaatst, kunnen hulpdiensten over de hele wereld in één oogopslag zien welk nummer zij moeten bellen wanneer u iets overkomen is. Daarmee kunt uvoorkomen dat hulpverleners kostbare tijd verliezen met uw identificatie en met het zoeken naar contact personen wanneer u gewond bent en niet meer in staat bent te communiceren.

Ook kunnen hulpverleners op deze wijze snel medische informatie inwinnen. Wanneer u wilt dat er met meerdere personen contact wordt opgenomen, kunt u meerdere ICE nummers in het toestel opslaan. Daarvoor kunnen codes als ICE1, ICE2, ICE3 gebruikt worden en er een omschrijving bij te zetten zoals: ICE 1 partner, ICE 2 kind, ICE 3 ouders enz.De hulpverlener zal beginnen bij ICE 1 en bij geen gehoor overgaan naar ICE 2. Het initiatief is in Groot-Brittannië begonnen en heeft zich naar verschillende landen verspreid, waaronder Nederland. Er is nog geen officiële overheidscampagne actief in Nederland, maarorganisaties als het Rode Kruis en het Korps Landelijke Politiediensten roepen op om deze nummer in de telefoon te plaatsen.


Dubbel belaste vrouwen niet vaker een burn-out

mei 2006 Bron: CBS

statistiek Vrouwen die een baan, huishoudelijk werk en de zorg voor kinderen combineren, hebben niet vaker een burn-out dan andere werkende vrouwen. Wel hebben alleenstaande vrouwen en vrouwen die meer dan twintig uur per week werken vaker dergelijke klachten.

Dat blijkt uit cijfers van het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek), in de periode van 1997 tot 2004 had ongeveer 1 op de 10 werkende vrouwen burn-outklachten. Vooral alleenstaande vrouwen zijn er gevoelig voor. Onder hen is het percentage het hoogst, namelijk 16 procent.

Huishoudelijk werk

Het aantal uur dat aan huishoudelijk werk wordt besteed, is niet van invloed op het krijgen van klachten. Werkende vrouwen die relatief veel tijd aan huishoudelijke klussen kwijt zijn, hebben even vaak klachten als vrouwen die daar niet zo veel tijd aan besteden. Wel speelt de werkduur een rol, vrouwen die tussen de 12 en 19 uur werken, hebben er het minste last van (5 procent). Loopt het aantal uren op naar twintig of meer, dan is het risico twee maal zo groot. Onder vrouwen met een voltijdsbaan heeft 12 procent last van burn-outklachten, zoals oververmoeidheid.

Kinderen

Ook het hebben van kinderen is niet van invloed, vrouwen in meerpersoonshuishoudens met of zonder minderjarige kinderen lopen evenveel risico.


Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen (wgbmv)

gelijke behandeling Wet van 1 maart 1980, houdende aanpassing van de Nederlandse wetgeving aan de richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 9 februari 1976 inzake de gelijke behandeling van mannen en vrouwen (Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen)

Wij Juliana, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje- Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is de Nederlandse wetgeving aan te passen met het oog op de richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 9 februari 1976 inzake de gelijke behandeling van mannen en vrouwen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:


Artikel 1

In deze wet wordt onder onderscheid tussen mannen en vrouwen verstaan direct en indirect onderscheid tussen mannen en vrouwen. Onder direct onderscheid wordt mede verstaan, onderscheid op grond van zwangerschap, bevalling en moederschap. Onder indirect onderscheid wordt verstaan onderscheid op grond van andere hoedanigheden dan het geslacht, bijvoorbeeld echtelijke staat of gezinsomstandigheden, dat onderscheid op grond van geslacht tot gevolg heeft.

Artikel 1a

1. Het in deze wet neergelegde verbod van direct onderscheid houdt mede in een verbod op intimidatie en een verbod op seksuele intimidatie.
2. Onder intimidatie als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: gedrag dat met het geslacht van een persoon verband houdt en dat tot doel of gevolg heeft dat de waardigheid van de persoon wordt aangetast en dat een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende omgeving wordt gecreëerd.
3. Onder seksuele intimidatie als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: enige vorm van verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag met een seksuele connotatie dat als doel of gevolg heeft dat de waardigheid van de persoon wordt aangetast, in het bijzonder wanneer een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende situatie wordt gecreëerd.
4. Het is niet toegelaten een persoon te benadelen wegens de omstandigheid dat deze het in het tweede en derde lid bedoelde gedrag afwijst of lijdzaam ondergaat.
5. De artikelen 3, tweede lid, 4, tweede lid, en 5, eerste en tweede lid, zijn niet van toepassing op het verbod van intimidatie en seksuele intimidatie, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 1b

1.In de openbare dienst mag het bevoegd gezag geen onderscheid maken bij de aanstelling tot ambtenaar of indienstneming op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, in de arbeidsvoorwaarden, bij de arbeidsomstandigheden, bij het verstrekken van onderricht, bij de bevordering en bij de beëindiging van het dienstverband.
2.Tot de openbare dienst, bedoeld in het eerste lid, worden gerekend alle instellingen, diensten en bedrijven door de staat en de openbare lichamen beheerd.
3.Van het in het eerste lid bepaalde mag worden afgeweken in de gevallen waarin het de bescherming van de vrouw betreft, met name in verband met zwangerschap en moederschap.
4.Het bevoegd gezag mag het dienstverband van degene die krachtens aanstelling of arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam is in de openbare dienst niet beëindigen of betrokkene niet anderszins benadelen wegens de omstandigheid dat deze in of buiten rechte een beroep heeft gedaan op het in het eerste lid bepaalde of terzake bijstand heeft verleend.
5.De beëindiging van de arbeidsovereenkomst van degene die op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam is in openbare dienst door het bevoegd gezag in strijd met deze wet, is vernietigbaar. Artikel 647 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek is van overeenkomstige toepassing.
6.Elk beding dat strijdig is met het in het eerste lid bepaalde is nietig.

Artikel 1c

Ingeval een natuurlijke persoon, rechtspersoon of bevoegd gezag een ander onder zijn gezag arbeid laat verrichten, anders dan krachtens arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht of ambtelijke aanstelling, zijn de artikelen 646 en 647 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek van overeenkomstige toepassing.

Artikel 2

1. Het is niet toegelaten onderscheid te maken tussen mannen en vrouwen met betrekking tot de voorwaarden voor de toegang tot en de mogelijkheden tot uitoefening van en ontplooiing binnen het vrije beroep, alsmede wat betreft regelingen tussen beroepsgenoten inzake sociale zekerheid niet zijnde pensioenvoorzieningen als bedoeld in artikel 12a.
2. Indien een regeling als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft op ziekte of arbeidsongeschiktheid mag daarin geen uitzondering worden gemaakt voor zwangerschap en bevalling, onverminderd de bevoegdheid bepalingen op te nemen ter voorkoming en oneigenlijk gebruik.
3. Elke bepaling van een regeling als bedoeld in het eerste lid, die in strijd is met het in het eerste of tweede lid bepaalde is nietig.

Artikel 3

1. Het is niet toegelaten bij de aanbieding van een betrekking of bij de behandeling bij de vervulling van een openstaande betrekking onderscheid te maken tussen mannen en vrouwen of bij arbeidsbemiddeling.
2. Van het in het eerste lid bepaalde mag worden afgeweken in die gevallen waarin ingevolge deze of enige andere wet bij het aanbieden van een betrekking onderscheid tussen mannen en vrouwen mag worden gemaakt en, in geval het gaat om het openlijk aanbieden van een betrekking, de grond voor dat onderscheid daarbij uitdrukkelijk wordt vermeld.
3. Het aanbieden van een betrekking, bedoeld in het eerste lid geschiedt wat betreft tekst en vormgeving zodanig, dat duidelijk blijkt, dat zowel mannen als vrouwen in aanmerking komen.
4. Indien voor de aangeboden betrekking een functiebenaming wordt gebruikt, wordt of zowel de mannelijke als de vrouwelijke vorm gebruikt, of uitdrukkelijk vermeld, dat zowel vrouwen als mannen in aanmerking komen.
5. Wanneer iemand ter zake van een aanbieding in strijd met het in deze wet bepaalde uit onrechtmatige daad jegens een ander aansprakelijk is, kan de rechter hem op vordering van die ander ook veroordelen tot openbaarmaking van een rectificatie op een door de rechter aan te geven wijze.

Artikel 4

1. De natuurlijke persoon of de rechtspersoon die een beroepsopleiding, voortgezette beroepsopleiding of cursus voor bijscholing of omscholing onder welke benaming dan ook in stand houdt, dan wel de natuurlijke persoon of rechtspersoon die een examen verband houdend met de hiervoor bedoelde opleidingen of cursussen afneemt, mag bij de toelating tot en de behandeling binnen de opleiding, dan wel bij het afnemen van het examen, geen onderscheid maken tussen mannen en vrouwen noch ten aanzien van de criteria noch ten aanzien van de niveaus.
2. Van het in het eerste lid van dit artikel bepaalde mag, behoudens voor wat betreft het afnemen van het examen en mits voor leerlingen van beide geslachten gelijkwaardige voorzieningen aanwezig zijn, worden afgeweken indien de eigen aard van een instelling voor bijzonder onderwijs zich tegen het in dat lid bepaalde verzet.
3. Iedere bepaling die strijdig is met het in het eerste lid bepaalde, is nietig.

Artikel 4a

1.Het is niet toegelaten onderscheid te maken bij het lidmaatschap van of de betrokkenheid bij een werknemers- of werkgeversorganisatie of een vereniging van beroepsgenoten, alsmede bij de voordelen die uit dat lidmaatschap of uit die betrokkenheid voortvloeien. 2.Iedere bepaling die in strijd is met het eerste lid is nietig.

Artikel 5

1. Van het in de artikelen 1a, 2, 3 en 4, 12b en 12c bepaalde mag worden afgeweken indien het gemaakte onderscheid beoogt vrouwen in een bevoorrechte positie te plaatsen teneinde feitelijke ongelijkheden op te heffen of te verminderen en het onderscheid in een redelijke verhouding staat tot het beoogde doel.
2. Voor zover het betreft de toegang tot beroepsactiviteiten of de hiervoor noodzakelijke opleidingen mag van de artikelen 1b, 2, 3 en 4 worden afgeweken indien het gemaakte onderscheid is gebaseerd op een kenmerk dat verband houdt met het geslacht en dat kenmerk wegens de aard van de betrokken specifieke beroepsactiviteiten of de context waarin deze worden uitgevoerd, een wezenlijk en bepalend beroepsvereiste is, mits het doel legitiem is en het vereiste evenredig aan dat doel is.
3.Als beroepsactiviteiten en hiervoor noodzakelijke opleidingen waarvoor vanwege hun aard of de voorwaarden voor de uitoefening ervan het geslacht bepalend kan zijn, worden slechts beschouwd die welke behoren tot respectievelijk opleiden voor geestelijke ambten dan wel beroepsactiviteiten die bij algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen.

Artikel 6

Het in deze wet neergelegde verbod van onderscheid geldt niet ten aanzien van indirect onderscheid, indien dat onderscheid objectief gerechtvaardigd wordt door een legitiem doel en de middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn.

Artikel 6a

Indien degene die meent dat te zijnen nadeel een onderscheid is of wordt gemaakt als bedoeld in deze wet, in rechte feiten aanvoert die dat onderscheid kunnen doen vermoeden, dient de wederpartij te bewijzen dat niet in strijd met deze wet is gehandeld.

Artikel 7

1. Bij de toepassing van artikel 646 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt voor de vergelijking van de in dat artikel bedoelde arbeidsvoorwaarden met betrekking tot het loon uitgegaan van het loon dat in de onderneming waar de werknemer in wiens belang de loonvergelijking wordt gemaakt werkzaam is, door een werknemer voor de andere kunnen voor arbeid van gelijke waarde dan wel, bij gebreke daarvan, voor arbeid van nagenoeg gelijke waarde pleegt te worden ontvangen.
2. Onder loon als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan de vergoeding door de werkgever aan de werknemer verschuldigd ter zake van diens arbeid.

Artikel 8

Voor de toepassing van artikel 7 wordt arbeid gewaardeerd volgens een deugdelijk stelsel van functiewaardering, waarbij zoveel mogelijk wordt aangesloten bij het stelsel dat gebruikelijk is in de onderneming waarin de belanghebbende werknemer werkzaam is. Bij gebreke van een zodanig stelsel wordt de arbeid, gelet op de beschikbare gegevens naar billijkheid gewaardeerd.

Artikel 9 

1. Voor de toepassing van artikel 7 wordt het loon van de belanghebbende werknemer geacht gelijk te zijn aan het loon dat een werknemer van de andere kunnen voor arbeid van gelijke waarde pleegt te ontvangen, indien het is berekend op grondslag van gelijkwaardige maatstaven.
2. Voor de toepassing van artikel 7 worden andere dan geldelijke loonbestanddelen in aanmerking genomen naar de waarde, welke daaraan in het economisch verkeer worden toegekend.
3. In geval van arbeidsduur is overeengekomen, welke korter is dan die welke in overeenkomstige arbeidsverhoudingen in de regel geacht wordt een volledige dienstbetrekking te vormen, wordt het loon dat naar tijdsduur wordt berekend, naar evenredigheid verminderd.

Artikel 10

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regelen worden gesteld omtrent het in de artikelen 7, 8 en 9 bepaalde.

Artikel 11

Vervallen (verjaringstermijn daardoor van 2 naar 5 jaar).

Artikel 12

Bij de toepassing van de artikelen 1a en 1b van deze wet is deze paragraaf van overeenkomstige toepassing.

Artikel 12a

Voor de toepassing van het in deze paragraaf bepaalde wordt verstaan onder pensioenvoorziening: een pensioenvoorziening ten behoeve van een of meer personen, uitsluitend in verband met hun werkzaamheden in een onderneming, bedrijfstak, tak van beroep of openbare dienst, in aanvulling op een wettelijk stelsel van sociale zekerheid en, ingeval van een voorziening ten behoeve van een persoon, anders dan door die persoon zelf tot stand gebracht.

Artikel 12b

1. Het is ook aan anderen dan de werkgever bedoeld in artikel 646 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of het bevoegd gezag bedoeld in artikel 1a niet toegestaan onderscheid te maken tussen mannen en vrouwen wat betreft de bepaling van de kring van personen voor wie een pensioenvoorziening tot stand wordt gebracht, wat betreft de bepaling van de inhoud van een pensioenvoorziening of wat betreft de wijze van uitvoering daarvan.
2. Bepalingen krachtens welke de verwerving van pensioenaanspraken wordt onderbroken gedurende de periode van zwangerschap- en bevallingsverlof op grond van een wettelijke bepaling of overeenkomst worden voor de toepassing van artikel 646 van Boek 7 van het Burgelijkwetboek, artikel 1a en het eerste lid beschouwd als strijdig met het verbod van ongelijke behandeling van mannen en vrouwen.

Artikel 12c

1. Indien het pensioen niet wordt berekend op grond van de geldelijke bijdrage van de werkgever ten behoeve van de aan diens onderneming verbonden persoon dan wel van de tot de betrokken tak van beroep behorende persoon, blijft de omvang van de geldelijke bijdrage van de werkgever voor de toepassing van artikel 646 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en van de artikelen 1a en 12b buiten beschouwing, voor zover dat gerechtvaardigd is in verband met voor mannen en vrouwen verschillende actuariële berekeningselementen.
2. Indien het pensioen wordt berekend of mede wordt berekend op grond van de geldelijke bijdrage van de werkgever ten behoeve van de aan diens onderneming verbonden persoon blijft de omvang van de geldelijke bijdrage van de werkgever voor de toepassing van artikel 646 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en van de artikelen 1a en 12b buiten beschouwing en wordt:
a. of de omvang van dat pensioen voor mannen en vrouwen gelijk getrokken;
b. of die geldelijke bijdrage zodanig vastgesteld dat naar het inzicht op het tijdstip van vaststelling, de omvang van de pensioenen voor mannen en vrouwen gelijk wordt getrokken.
3. Indien het pensioen niet wordt berekend op grond van de geldelijke bijdrage van de tot de betrokken tak van beroep behorende persoon blijft de omvang van de geldelijke bijdrage voor de toepassing van artikel 12b buiten beschouwing voor zover dat gerechtvaardigd is in verband met voor mannen en vrouwen verschillende actuariële berekeningselementen.
4. Indien het pensioen wordt berekend of mede wordt berekend op grond van de geldelijke bijdrage van de tot de betrokken beroepsgroep behorende persoon wordt de omvang van dat pensioen voor mannen en vrouwen gelijk getrokken.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent het tweede en vijfde lid.

Artikel 12d

In afwijking van artikel 12b zijn toegestaan bepalingen die betrekking hebben op bescherming van de vrouw met name in verband met zwangerschap en moederschap.

Artikel 12e

Iedere bepaling die strijdig is met het verbod van ongelijke behandeling van mannen en vrouwen bedoeld in artikel 12b is nietig.

Artikel 12f

Het bepaalde in artikel 647 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek is van overeenkomstige toepassing bij beeindiging van de dienstbetrekking door de werkgever wegens de omstandigheid dat de werknemer in of buiten rechte een beroep heeft gedaan op het bepaalde in artikel 12b.

Artikelen 13 t/m 20 zijn vervallen of niet opgenomen.

Artikel 21

1.Met het toezicht op de naleving van artikel 646 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en van het bepaalde bij of krachtens deze wet, zijn belast de bij besluit van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen ambtenaren. Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan ten behoeve van dit toezicht een onderzoek doen instellen door die ambtenaren. Voorzover het de openbare dienst betreft kan Onze Minister van Binnenlandse Zaken Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verzoeken een onderzoek als bedoeld in de tweede volzin te doen instellen. Van een besluit als bedoeld in de eerste volzin wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
2.. Indien uit een onderzoek blijkt dat een onderscheid is of wordt gemaakt als bedoeld in artikel 646 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of in deze wet doet Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid hiervan mededeling aan de natuurlijke persoon, rechtspersoon of het bevoegde gezag dat het onderscheid heeft gemaakt of maakt, en, indien het een onderscheid als bedoeld in artikel 646 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of artikel 1b of artikel 1c van deze wet betreft, aan de betrokken ondernemingsraad of het daarmee vergelijkbare medezeggenschapsorgaan, alsmede aan de daarvoor in aanmerking komende organisaties van werkgevers, van werknemers, uit het beroepsleven of van overheidspersoneel.
De mededeling aan de betrokken ondernemingsraad of het daarmee vergelijkbare medezeggenschapsorgaan, alsmede aan de daarvoor in aanmerking komende organisaties van werkgevers, van werknemers, uit het beroepsleven of van overheidspersoneel bevat geen gegevens waaruit de identiteit van de in het onderzoek betrokken personen ten nadele van wie het onderscheid is of wordt gemaakt kan worden afgeleid.

Artikel 22

Vervallen

Artikel 23

De voordracht tot wijziging van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 5, derde lid, onderdeel c, en de voordracht voor een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 10 wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp in de Staatscourant is bekendgemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om binnen vier weken na de dag waarop de bekendmaking is geschied, wensen en bedenkingen ter kennis van Onze minister te brengen. Gelijktijdig met de bekendmaking wordt het ontwerp aan de beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd.

Artikel 24

1. Deze wet kan worden aangehaald als: Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen.
2. Deze wet treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te Lech, 1 maart 1980

Juliana

De Minister van Justitie,
J. de Ruiter

De Minister van Sociale Zaken,
Albeda

De Minister van Onderwijs en Wetenschappen,
A. Pals

De Staatssecretaris van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk,
J. G. Kraaijeveld-Wouters

De Minister van Binnenlandse Zaken,
H. Wiegel

Uitgegeven de dertiende maart 1980

De Minister van Justitie,
J. de Ruiter


PARSHIP.nl - Vind je grote liefde!

Last update: 12-07-2010

 

Disclaimer.

Hoewel de heer Hein Pragt de informatie beschikbaar op deze pagina met grote zorg samenstelt, sluit de heer Pragt alle aansprakelijkheid uit met betrekking tot de informatie die, in welke vorm dan ook, via deze site wordt aangeboden. Het opnemen van een afbeelding of verwijzing is uitsluitend bedoeld als een mogelijke bron van informatie voor de bezoeker en mag op generlei wijze als instemming, goedkeuring of afkeuring worden uitgelegd, noch kunnen daaraan rechten worden ontleend.
Op de artikelen van de heer Pragt op deze Internet Site rust auteursrecht. Overname van informatie (tekst en afbeeldingen) is uitsluitend toegestaan na voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbende. Voor vragen over copyright en het gebruik van de informatie op deze site kunt u contact opnemen met: (email: copyright@heinpragt.com)

Webdedesign: © Hein Pragt
Fotografie: © Hein Pragt
Auteur: © Hein Pragt

Privacy beleid
Wij maken gebruik van externe advertentiebedrijven om advertenties weer te geven wanneer u onze website bezoekt. Deze bedrijven gebruiken mogelijk informatie (niet uw naam, adres, e-mailadres of telefoonnummer) over uw bezoek aan deze of aan andere websites om advertenties weer te geven over goederen en services waarin u wellicht geïnteresseerd bent. Als u hierover meer informatie wenst of als u wilt voorkomen dat deze bedrijven deze informatie gebruiken, klikt u op deze link.