(C) 1978 Desmond Morrist
Seksuele signalen vervullen in vier belangrijke zaken een functie:
het zoeken, kiezen en stimuleren van een partner en de binding aan een
partner. Eerst het zoeken van een partner: bij het begin van de
geslachtsrijpheid treedt er een plotselinge toename van bepaalde
soorten activiteiten op. Behalve voor evenementen als dansavondjes en
feestjes krijgen tieners een sterke drang om zonder ouderlijk toezicht
'er op uit' te gaan. De chaperonne was een uitvinding van een vroegere
periode, die nodig was om deze drang binnen de perken te houden in
gevallen waar het zoeken van een partner de jongelui om economische of
statusredenen uit handen was genomen.
In de meeste moderne maatschappijen bestaan er voor jonge ongepaarde
mannen en vrouwen informele gelegenheden om samen te komen, die iets
weg hebben van een tableau de la troupe. Een daarvan is bijvoorbeeld de
'pantoffelparade'. Jonge meisjes lopen gewoon wat, vaak arm in arm,
niet speciaal ergens heen, en doen alsof ze de jongens die naar hen
zitten te kijken of op een afstand achter hen aanlopen, niet opmerken.
De meisjes vertonen verlegenheids signalen met veel gegiechel en
gefluister, met vaak de handen voor de mond. De jongens nemen vaak een
uitdagende houding aan, veinzen onverschilligheid, slenteren
nonchalant, staan of zitten wijdbeens op primatenmanier hun kruis
presenterend, of roepen agressief of ook wel beledigende opmerkingen
naar hen. Het is opvallend dat jongens met jongens en meisjes met
meisjes samenklitten. Het kost de eenling veel moeite zich uit de eigen
seksegroep los te maken en naar de andere over te steken. In de loop
van dit soort algemene activiteiten wordt de keuze wél gemaakt, maar
gewoonlijk wordt pas later contact gelegd, in een minder remmende
atmosfeer en in afwezigheid van derden.
De wat formelere evenementen, zoals dansavondjes, versnellen dit
proces doordat ze een aanleiding verschaffen om contact te maken met
een lid van de andere sekse. Maar toch is op tieneravondjes de
dansvloer omzoomd met niet gemengde samenklittende groepjes, die hun
kandidaten van een afstandje met de ogen volgen.
In vele gevallen wordt het probleem een partner te vinden opgelost
dank zij de tegenwoordig gebruikelijke coëducatie, of werksituaties
waarin belde seksen vertegenwoordigd zijn. In zulke gevallen kan het
niet anders of ze leren elkaar wat persoonlijker kennen. Desondanks
zijn bals, feestjes en andere vormen van gezelligheidsbijeenkomsten nog
even sterk in trek als vroeger. Ze blijven een goede gelegenheid om de
seksen intensiever met elkaar te vermengen en een grotere keuze aan
partners te verschaffen.
De keuze van een partner hangt van vele factoren af. Fysieke
aantrekking is uiteraard van belang, waarbij de diverse seksesignalen
een rol spelen, maar het gedrag is ook essentieel. Er zijn vele kleine
tekens waarmee iemand kan aangeven of hij zich tot een ander
aangetrokken voelt. Sommige daarvan zijn overduidelijk, andere niet,
maar ze treffen allemaal doel. 'Warme' gebaren zijn o.a. de ander een
beetje langer dan gebruikelijk in de ogen kijken, kleine aanrakingen
zoals de hand even op de ander te leggen; een beetje dichter bij de
ander gaan staan of zitten dan gewoonlijk; wat meer glimlachen en de
blik over de ander zijn lichaam laten gaan; extra nadrukkelijk
instemmend knikken; recht tegenover elkaar zitten met 'open' lichaam,
dwz. zonder bescherming- of barrièresignalen; bij het praten wat meer
'illustrerende' handgebaren maken dan anders; snelle blikken naar de
ander om zijn reacties vaker dan gewoonlijk te toetsen, met de ogen
tamelijk wijd open en de wenkbrauwen opgetrokken; de tong meer bewegen
en de lippen vaker bevochtigen dan anders.
Bewust of onbewust begrijpt de partner uit deze tekens dat de ander
hem of haar aardig vindt. Daarnaast heeft ook de verbale communicatie
een speciaal karakter. In het typische geval is het gesprek een zoeken
naar gemeenschappelijke voorkeuren en opvattingen. Als ze zich
lichamelijk sterk tot elkaar aangetrokken voelen, hebben ze de neiging
de eigen opvattingen en voorliefdes te onderdrukken om een verbale
botsing te voorkomen. Vragen krijgen een instemmend antwoord, dat
misschien onoprecht is maar toch de groeiende vertrouwelijkheid
bevorderd. Maar als er te veel verschil van mening is en wordt
verzwegen, kan de wederzijdse lichamelijke aantrekking daaraan
uiteindelijk ten onder gaan.
Bij de partnerkeuze kunnen specifieke erotische gebaren een rol
vervullen, zoals golvende bewegingen met het lichaam bij het dansen,
die de seksesignalen en de persoonlijke hoedanigheden van de partner
accentueren. Seksuele intentiebewegingen en imitatie
copulatiebewegingen komen ook op de dansvloer voor, vooruitlopend op de
dingen die misschien komen gaan. Dansbewegingen variëren van 'naderen
en weglopen' zoals in vele volksdansen, via gestileerde omhelzingen
zoals in de meeste traditionele stijldansen, tot imitaties van
paringsbewegingen zoals de moderne go-go-dans. In dit laatste geval is
de vrouw in het nadeel, omdat gewoonlijk de man tijdens de copulatie de
sterkste bewegingen maakt. Maar dit wordt opgelost doordat de meisjes
bij de go-go-dans ook mannelijke copulatiebewegingen maken, met het
voorwaarts stotende bekken. Het doet denken aan buikdansen, maar dat is
op een iets andere manier ontstaan. Dit vindt zijn oorsprong in de
harem, waar meisjes bijna vastgeroeste meesters van dienst moesten zijn
en met hun draaiende bekkenbewegingen zo'n versleten man tot een
orgasme bedoelden te krijgen met een minimum aan bekkenbewegingen van
zijn kant. De buikdans heeft daarom als erotisch vertoon meer
zeggingskracht dan alle andere vrouwelijke dansvormen.
Als er zich eenmaal een band begint te vormen tussen een man en een
vrouw, volgt er een periode van toenemende lichamelijke intimiteit. Een
paar stapt gewoonlijk niet rechtstreeks van de eerste kennismaking over
op de paring, met als uitzonderingsgeval de prostitutie. Door een
grotere mate van intimiteit geleidelijk op te bouwen houden de partners
de mogelijkheid open om hun vrijage in elk stadium te beëindigen. Als
de binding aan elkaar niet soepel verloopt, kunnen ze de relatie
verbreken lang voordat ze het stadium hebben bereikt waarop er van een
mogelijke bevruchting sprake is. Sinds er anticonceptiemiddelen bestaan
is dit niet meer zo'n probleem, zodat tegenwoordig vele vrijages hun
beslag krijgen binnen een periode die in minuten in plaats van in weken
of maanden kan worden uitgedrukt. Maar ondanks de pil zijn de meeste
mensen nog steeds niet geneigd hals over kop op de climax van de
seksuele gedragsketen af te stevenen. Met een langere inleidende fase
is er tijd om een zorgvuldig oordeel te vormen, wat erg moeilijk wordt
als men alleen moet liggen, zonder verdere erotische 'opkikkers'. Er
zijn echter biologische gegevens die duidelijk iets anders doen
veronderstellen. Bij andere primaten treedt er een korte periode van
seksuele bereidheid op bij elke ovulatie. Elke maand verandert het
wijfje in die periode van uiterlijk - de genitaalstreek zwelt op en
wordt roder - en voelt ze zich aangetrokken tot en is aantrekkelijk
voor de mannetjes. Buiten die periodes, als ze niet ovuleert en dus ook
niet vruchtbaar is, is ze seksueel niet geïnteresseerd noch
interessant. M.a.w. bij apen treedt seksuele activiteit op als het tot
voortplanting kan leiden, maar anders niet. Dit is een vereenvoudigde
voorstelling van zaken, maar in essentie is dit de situatie zoals die
voor onze niet-menselijke verwanten geldt.
Tijdens de paring verandert de polsslag bij de mens aanzienlijk.
Tijdens het voorspel neemt bij de man het polstempo langzaam toe, bij
de intromissie bereikt het een hoog niveau dat constant blijft totdat
het bij de ejaculatie tot 150 omhoogschiet. Bij de vrouw heeft de
polsslag een soortgelijk verloop, maar er treedt op het moment van de
intromissie een veel sterkere toename op, en het tempo fluctueert
sterker rond de toenemend intensieve orgastische episoden. (Naar Ford
en Beach.)
Bij de mens is de seksuele situatie geheel anders. Hier is de vrouw
gedurende haar hele maandcyclus seksueel aantrekkelijk, ongeacht of ze
vruchtbaar is of niet. Een man kan niet eens weten of de vrouw met wie
hij paart vruchtbaar is, als hij daar niet speciaal moeite voor doet.
Alleen als hij de data van haar menstruatie precies bijhoudt of haar
temperatuur regelmatig controleert, kan hij enige zekerheid hebben of
zijn zaadlozing functioneel is uit voortplantingsoogpunt. Bij de mens
is dus de oorspronkelijke koppeling tussen seksuele activiteit en
ei-produktie verloren gegaan. De seksuele bereidheid van de vrouw is in
principe altijd op te wekken, en ze is fysiek altijd stimulerend. Haar
signaalstructuren, de ronde billen en borsten, worden niet sterker of
zwakker in de loop van de maandcyclus. Ze zijn de, hele lange periode
van geslachtsrijpheid aanwezig en ze is zelfs tijdens zwangerschappen
en zoogperiodes toegankelijk. Er zijn alleen korte non-seksuele
periodes rond de geboorte van een kind. Zelfs na de menopauze blijft de
vrouw seksueel actief.
Het is dus duidelijk dat seksuele activiteit bij de mens niet alleen
voor de voortplanting dient, maar ook als bindende factor tussen de
partners en elke morele code die eropuit is de spontane seksuele
uitingen tussen een gevormd paar te reduceren is gewoon gevaarlijk voor
een gezond gezinsleven. Een beruchte kwestie zijn met name de
warhoofdige opvattingen over het orgasme bij de vrouw. Aangezien dat
orgasme overbodig is voor de voortplanting, is het vaak bestempeld als
alleen maar 'genotzoekers neigingen'. In werkelijkheid is het een heel
speciale evolutionele ontwikkeling van groot belang, die - in een
ongeremde verhouding - bij belde partners de bevrediging garandeert die
een enorme steun betekent bij het in stand houden en versterken van de
paarband. Bij wijfjes apen veroorzaakt de copulatie geen sterke
opwinding die tot een orgasme leidt en er wordt ook geen blijvende
paarband gevormd. Ze houden zich ook niet op met uitvoerige of
langdurige lichamelijke intimiteiten voor de copulatie. Als men dus de
mens beschrijft als de 'primaat met de meeste seks' dan slaat dat niet
op de tegenwoordige manier van liefde bedrijven, maar op de
fundamentele biologische geaardheid van de mens.
Als we zoveel meer seksuele intimiteiten kennen dan andere primaten,
waar zijn die dan vandaan gekomen? Het blijkt dat de meeste van onze
volwassen seksuele lichaamscontacten ontleend zijn aan de intieme
contacten die we als kind met onze ouders meemaken. Ook in die tijd
vormen we een liefdesband. met uitvoerige omarmingen, liefkozingen,
kussen en strelingen. Naarmate we ouder worden verminderen we die
contacten. Als schoolkind bereiken we het punt dat we ons aan de
intimiteiten van onze ouders onttrekken en ons er steeds meer tegen
verzetten. Als we ons dan hebben teruggetrokken uit de lichamelijke
band van onze kinderjaren en in elk opzicht los staan van onze ouders,
zijn we klaar voor onze eigen geslachtsrijping. Als die voltooid is
brengt die ons weer terug in de liefderijke sfeer van lichamelijke
intimiteit, nu met een partner in wording. Alle oude liefkozingen en
omarmingen verschijnen weer op het toneel, met toenemende overgave,
todat we - naakt in de armen van onze geliefde - weer in een stadium
van lichamelijke intimiteit verkeren dat we sinds we als blote baby in
moeders armen lagen niet meer hebben gekend.
Dit proces is door Freud achterstevoren gedraaid met zijn theorie over de
infantiele seksualiteit. Daarin worden de zeer uitvoerige lichamelijke
contacten in de eerste levensjaren beschouwd als een vroege
manifestatie van volwassen seksualiteit, terwijl in feite de volwassen
lichaamscontacten juist gemodelleerd zijn naar de infantiele. De band
tussen moeder en kind is primair en ontstaat uit hun onvermijdelijk
nauwe lichamelijke betrekkingen, en hetzelfde systeem treedt weer in
werking bij jonge gelieven, die elkaar de contacten bieden die
belangstelling, zorg en liefde zijn gaan betekenen. Het omdraaien van
dit verhaal heeft onnoemelijk veel kwaad gedaan. Vele ouders kregen er
schuldgevoelens van als ze het fijn vonden met hun kinderen te vrijen
en het maakte hen terughoudend ten opzichte van fysieke uitingen van
liefde. Als deze terughoudendheid de les is die zij hun kinderen hebben
meegegeven, dan zal het die kinderen later waarschijnlijk veel tijd
kosten om het belang van intensieve lichamelijke vertrouwelijkheid voor
hun volwassen liefdesrelaties te ontdekken. Een jeugd vol liefde
bevordert een liefderijk volwassen leven, en een liefderijk volwassen
leven geeft een stabiel gezin, met een warm hart van expressieve
seksualiteit.
Last update: 30-03-2009