Het blad Elsevier (2009) heeft grootscheeps onderzoek gedaan naar de jeugd van tegenwoordig
onder directeuren van speciale scholen, hoogleraren en indicatiecommissies. De beangstigende
conclusie is dat Nederland wereldwijd koploper is in probleemkinderen. Van de 3,5 miljoen
kinderen tot 17 jaar krijgen 300 duizend professionele hulp wegens opvoed- en opgroeiproblemen.
Tegenwoordig worden "lastige" kinderen al op 4-jarige leeftijd psychiatrisch onderzocht en
gaat er enorm veel geld om in deze "probleem industrie".
Het begint er steeds meer op te lijken dat we onze jeugd aan het problematiseren en medicaliseren
zijn. Steeds vaker krijgen jongeren een stempel adhd of autisme opgedrukt en krijgen ze medicatie
om ze te laten functioneren binnen een klas. Het aantal kinderen dat op een speciale school zit
is explosief gestegen. Het lijkt ondertussen wel een “probleem industrie” te worden waarbij het
ook om veel geld gaat (8 miljard). Het lijkt er op dat er veel kinderen met een “rugzakje”
(wettelijke uitkering) de financiële tekorten in het onderwijs moeten opvangen en de indruk
kan gewekt worden dat scholen dit als alternatieve inkomstenbron gaan zien en er dus baat bij
hebben zoveel mogelijk kinderen van een (geautoriseerd) label te voorzien.
De sector die deze onderzoeken doet en de behandelingen uitvoert is ondertussen ook al
een commercieel succes geworden, de gemiddelde wachttijden voor zelfs een intake lopen op
tot meer dan een half jaar en de kosten van een onderzoek loopt in de duizend euro. Hier
wil de school met alle plezier aan bijdragen (als ook de ziektekosten verzekering een
deel op zich neemt) want bij een "goede" indicatie kan dit de school zeker 6000 euro
(rugzak) per jaar opleveren.Dit is iets om zeer goed te overdenken wanneer men uw
kind van een label wil voorzien.
Zeven van de tien ouders vinden het opvoeden van kinderen en vooral tieners
moeilijker dan tien jaar geleden. Tweederde van de ouders is van mening dat
de overheid te weinig aandacht besteed aan het gezin. Bijna de helft vindt
dat de combinatie van werken en voor kinderen de afgelopen tien jaar
lastiger is geworden.
Dat blijkt uit een enquête onder ruim duizend ouders met thuiswonende
kinderen, die de Nederlandse Gezinsraad (NGR) zaterdag op de Internationale
Gezinsdag van de Verenigde Naties presenteert. Uit het onderzoek blijkt
verder dat mensen nog steeds vinden dat kinderen het best gedijen in een
klassiek twee-oudergezin.
Ongeveer 85 procent vindt opvoeding door een alleenstaande ouder
problematisch. Tien jaar geleden vond 93 procent dat een probleem. De
acceptatie van homo-ouders is toegenomen. Tien jaar geleden vond eenderde
dat acceptabel, nu vindt 44 procent dat een kind net zo goed door een
homokoppel opgevoed kan worden.
De Nederlandse Gezinsraad pleit al jaren voor een gezinsbeleid van de
overheid. Volgens de raad draagt het ontbreken daarvan bij aan het uitstel
of afzien van het krijgen van kinderen. Het is tijd voor 'Operatie Gezin'
vindt de raad en meerdere ministeries moeten daar aan werken. Want de
problemen van uitstel, arbeidsdeelname en de druk op ouders zijn alleen op
te lossen als emancipatie- en gezinsbeleid aan elkaar zijn gekoppeld.
Overigens heeft het kabinet wel degelijk maatregelen aangekondigd. Zo trok
het kabinet al extra geld uit voor gezinsondersteuning en het vroeg
signaleren van problemen en stelde minister De Geus (Emancipatie) deze week
nog dat hij belemmeringen om op vroege leeftijd kinderen te krijgen, wil
wegnemen. Hij is echter niet van plan om als overheid beleid te maken voor
"gezinsplanning".
Uit een recent Nederlands onderzoek komt naar voren dat ouders over het algemeen positief
gestemd zijn over de opvoeding en niet veel problemen ervaren. Dit neemt uiteraard niet weg
dat er geen problemen zijn. Uit onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau blijkt dat 6%
van de ouders een negatieve beleving van de opvoeding heeft. Daarnaast kwam uit dit onderzoek
naar voren dat volgens professionals 15% van de gezinnen met opvoedproblemen kampt. Ook heeft
iets meer dan de helft van de ouders wel eens vragen over de opvoeding. Dertien procent van de
ouders ervaart (zeer) veel stress bij de opvoeding.
Zeker
in de puberteit kan opvoeden als alleenstaande ouder of binnen een
nieuw samengesteld gezin zwaar zijn. Kinderen hebben vaak een
emotionele tijd achter de rug en vaak speelt ook nog mee dat er een
andere ouder is die een ander opvoedpatroon heeft of juist bewust of
onbewust de opvoeding van de andere partner tegenwerkt. Ook is vaak de
rol van stiefmoeder of stiefvader erg moeilijk, deze krijgen vaak te
horen dat ze de vader of moeder niet zijn en zich er dus niet mee
moeten bemoeien. Het is dan heel belangrijk om als partners goed samen
te werken en elkaar goed te steunen. Pubers weten als geen ander hoe ze
ouders tegen elkaar uit kunnen spelen en in een nieuw samengesteld
gezin kunnen zaken nog ingewikkelder worden.
Bron: AD.nl
Het is altijd een shock voor de kinderen als één van de ouders een nieuwe partner heeft. Wanneer stel je ze aan elkaar voor? Daniëlle Hartog met haar dochters Robyn en Frederique en haar nieuwe vriend Sander. Neem je elke scharrel mee naar huis of wacht je totdat het serieus is?
‘Je hoeft een nieuwe partner niet meteen voor te stellen als de ware.
Het is gewoon een vriend met wie je leuke dingen doet. De rest komt
later wel,’ zegt familietherapeut Ietje Heybroek.
Jan Hein van Spangen (40) zag er tegenop om zijn vriendin Jolanda aan
zijn zoontje Thies (9) voor te stellen. Hij wilde geen verwachtingen
scheppen bij zijn kind en hem niet opnieuw teleurstellen.
"De scheiding was een klap voor Thies. We waren nu al een paar jaar
verder, maar ik wilde hem niet nog meer pijn doen. Het is naar als hij
aan een nieuwe vriendin went en we dan na een tijdje uit elkaar gaan.
Daarom was ik voorzichtig. De eerste drie maanden hebben ze elkaar niet
gezien. Ik heb co-ouderschap en als Thies zondagochtend kwam, was
Jolanda al weg.
We hebben het contact daarna rustig opgebouwd. Jolanda kwam eerst
gewoon als vriendin over de vloer. We deden soms leuke dingen met z’n
drieën, maar ze was er meestal niet bij. Na twee maanden vertelde ik
hem dat er meer speelde tussen ons. Inmiddels vond hij het eigenlijk
best gezellig met Jolanda. Hij zag dat ik met haar in de buurt vrolijk
was, dus had er niet zoveel moeite mee.’’
Jolanda (30) moest wel enorm wennen aan haar nieuwe rol als
stiefmoeder. "Ik was er helemaal niet aan toe om een soort moeder te
zijn en een gezin te vormen. Ik wilde Jan Hein voor mezelf hebben en
had moeite hem te delen. Dat klinkt egoïstisch, maar zo was het wel. Ik
zag Thies als een last. Nam hem eigenlijk op de koop toe, maar dat is
heel oneerlijk. Ik realiseerde mij dat ik niet alleen voor Jan Hein
koos, maar ook voor Thies. Dat ik mijn best moest doen voor een band
met hem. Dat heb ik ook gedaan. Ik nam hem mee naar de dierentuin, een
speeltuin of deed iets anders met hem alleen. Zo is onze band gelukkig
gegroeid. Nu ben ik daar heel erg blij mee.’’
Toch botst het nog steeds wel. "Nu niet zo met mij, maar meer met zijn
ouders. Thies trekt het slecht om tussen twee huizen heen en weer
geslingerd te worden. Hier gelden andere regels dan thuis en dat
begrijpt hij niet altijd. Hij heeft het niet makkelijk. Hij is stapel
op beide ouders en inmiddels ook op mij, maar voelt zich soms ontheemd.
Dat is sneu, maar waarschijnlijk realiteit voor veel kinderen van
gescheiden ouders.’’
Ietje Heybroek komt deze problemen vaak tegen in haar praktijk voor
ouder- en kindrelaties in Blaricum. Ze meent daarom dat iedereen zich
goed moet realiseren wat het inhoudt om in een stiefgezin te wonen.
"Het is voor alle partijen niet makkelijk. Het is voor kinderen vaak
een shock als papa of mama met een nieuwe partner thuiskomt. Niks lijkt
aan die persoon te deugen. Hun eigen ouder is altijd beter. Het is
daarom belangrijk meteen duidelijk te maken dat jouw partner niet de
plaats van de andere ouder inneemt. Maar dat jij je prettig voelt bij
die persoon en hoopt dat jouw kind hem of haar ook aardig vindt.
Zeker in de puberleeftijd is het lastig voor kinderen. Ze zitten dan al
met zichzelf in de knoop en hebben geen zin in een verliefde ouder. Ook
kleintjes snappen het niet altijd. Dan kun je er het beste een
opvoedboek over dit onderwerp bij pakken. Daar staan plaatjes waarbij
je het verhaal uit kan leggen.’’
De nieuwe partner hoeft ook niet meteen als de ware geïntroduceerd te
worden. "Een nieuwe partner kan eerst alleen af en toe als vriend
langs komen. Het hoeft niet meteen allemaal zo officieel. Kinderen
hebben zelf ook vriendjes en vriendinnetjes, dus snappen best dat
ouders ook graag mensen om zich heen hebben. Maar wordt het echt
serieus, wacht dan niet te lang. Het is heel vervelend als kinderen van
anderen moeten horen dat papa of mama verliefd is’’, zegt Heybroek.
Een nieuwe partner hoeft niet dramatisch te zijn. Soms willen kinderen
juist dat hun ouders weer verliefd zijn. Zo ook bij Daniëlle Hartog uit
Amsterdam. Haar oudste dochter Robyn (12) vond het tijd voor een nieuw
vriendje. "Ze zei zelfs dat haar leuke meester Sander nog een lieve
vriendin zocht. Of hij niks voor mij was.’’
Op dat moment speelde er nog niks, maar na de zomer kregen de twee
contact. Hartog vertelde het niet meteen aan Frederique (9) en haar
zus. "De relatie voelde eigenlijk meteen goed, maar ik wilde het niet
direct vertellen. Hun vader en ik waren al een tijd niet meer samen en
we hadden beiden een andere relatie achter de rug. Dan ben je toch
voorzichtiger. Uiteindelijk kon ik het niet lang rekken, omdat het
roddelcircuit op school al in gang was. Ze moesten het wel van mij
horen, dus na twee weken vertelden Sander en ik hoe verliefd we waren.’’
Robyn was blij, maar Frederique moest wel even wennen. Daniëlle:
"Frederique had het er best moeilijk mee dat Robyn en Sander al zo
close waren. Zij kende hem natuurlijk nog helemaal niet. Dat moest
groeien. We deden leuke dingen met z’n vieren, maar ze gingen na een
tijdje ook samen op pad. Ze houden allebei van koken, dus stonden
gezellig samen te kokkerellen, bezochten musea en hij hielp haar met
dingen van school. Dat was fijn.’’
Het stel is nu twee jaar verder en het gaat goed. Sander en de meiden
zijn heel hecht en beginnen zelfs op elkaar te lijken. "Ze dansen
opeens alle drie hetzelfde, hebben interesses gemeen en Robyn kopieert
zelfs zijn kledingstijl. Het is zo leuk om ook dingen van hem terug te
zien in mijn meiden.’’
(C) 2009 Hein Pragt
Het is niet eenvoudig en zeker niet populair om als ouders het Internet gedrag van de kinderen in de gaten te
houden. Er zijn moeders die zelf maar een hyves nemen om hun kinderen en de mensen waarmee ze omgaan een beetje
in de gaten te houden. Maar toch zijn er veel kinderen die een eigen computer op de slaapkamer hebben en hun
Internet gedrag volkomen aan de ouders onttrekt. Wanneer u twijfels heeft over het Internetgedrag van uw kinderen
is ook de beste oplossing de Internet activiteiten te concentreren in de woonkamer of een andere plek waar u er
zicht op kunt houden.
Uit een onderzoek van de politie in Rotterdam en de Universiteit Utrecht blijkt dat loverboys sociale netwerksites,
jongerensites en chatboxen steeds vaker te gebruiken in hun zoektocht naar slachtoffers en dat in de helft van alle
zaken de slachtoffers via internet geworven werden. Uit het onderzoek blijkt ook dat er een grote overeenkomst is in
de wijze waarop pedofielen en loverboys op het internet te werk gaan. Via zoekmachines is het zeer eenvoudig de
slachtoffers op leeftijd, geslacht, woonplaats, hobby's en eventueel opleidingsniveau te vinden en te benaderen.
Wanneer het eerste contact gemaakt is begint de langzame manipulatie. Mede door de anonimiteit kunnen pedofielen
en loverboys op Internet hun gang gaan en kunnen ze meer controle uitoefenen omdat er geen derden die het contact
kunnen verstoren. Bovendien geven jongeren zich via internet sneller bloot (soms zelfs letterlijk), waardoor de
loverboys hun slachtoffers kunnen afpersen. De loverboys richten zich volgens de onderzoekers dus niet alleen
op mensenhandel en prostitutie, maar gebruiken de kinderen voor alles waarmee ze gemakkelijkste en veel geld
kunnen verdienen. De politie gaat naar aanleiding van deze nieuwe gegevens meer surveilleren op het internet,
maar ook u als ouder kunt u veel doen om deze problemen te voorkomen.
Voordat een meisje in handen van een loverboy zit gebeurt er meestal al heel wat, loverboys hebben een bepaalde
werkwijze om het meisje voor zich te winnen. De loverboys doen zich heel aardig voor en ‘scoren’ met aandacht en
verwennerij. Daarna worden de kinderen door emotionele manipulatie los geweekt van hun sociale milieu. Daarna gaan
ze langzaam grenzen verleggen, vooral op seksueel gebied. Het manipuleren van het kind lijkt op hersenspoeling
en het kind krijgt nieuwe opvattingen over zichzelf, relaties en normen en waarden. Ze kunnen steeds minder goed
nadenken en vervallen in bijna slaafse gehoorzaamheid. Uit de signalen die het kind dan afgeeft kunnen ouders,
buren of vrienden soms opmaken dat het kind in de gevarenzone zit. Dit gaat dan om wegloopgedrag, een negatief
zelfbeeld, gedragsverandering (agressie, drank, drugs, verandering in seksueel gedrag), een andere vriendenkring,
schoolverzuim en het plotseling dragen van dure kleding en sieraden. Als ouder bent u dan vaak al het contact
met uw kind kwijt omdat de loverboy zich al tussen u en uw kind gewrongen heeft. Het is dan erg belangrijk om
hulpverlening in te schakelen.
Zorg dat uw kinderen op het internet veilig zijn
Wanneer uw kinderen op het internet rondneuzen, kunnen zij blootstaan aan allerlei ongeschikte informatie,
of worden verleid tot het bekendmaken van vertrouwelijke informatie. U kunt de online activiteiten van uw kinderen
in de gaten houden door de computer in de woonkamer te zetten in plaats van in hun slaapkamer. U kunt ook speciale
software installeren die de toegang tot ongeschikte websites en potentieel gevaarlijke services blokkeert. U kunt
een softwareprogramma gebruiken waarmee uw naam en adres worden uitgefilterd, zodat uw kinderen deze niet online
kunnen openbaren. Maar het belangrijkste is toch wel dat u contact houd met uw kinderen, ze voorlichting geeft
en in de gaten houd. Ze zullen het zeker niet altijd leuk vinden maar dat is ook niet uw taak als ouder, u bent
volwassen en meer bewust van gevaren. Maar zelfs dan kunt u alle gevaren niet voorkomen, dan is het in ieder
geval zaak om de gevaren te herkennen en op tijd actie te ondernemen.
Het menselijk oerinstinct speelt nog steeds een rol bij de opvoeding van kinderen. Ouders
besteden meer aandacht en tijd aan hun kind als dat eigenschappen bezit waaruit zij kunnen
afleiden dat het gezond en genetisch aan hen verwant is. Dat blijkt uit onderzoek waarop
ontwikkelingspsychologe Marianne Heijkoop op 24 februari promoveert aan de Universiteit
Utrecht. Zij spreekt van "een klein maar meetbaar effect" dat een rol speelt naast andere
zaken, zoals cultuur en gezinssamenstelling.
Heijkoop bezocht voor haar studie 121 gezinnen met maximaal twee kinderen in de
basisschoolleeftijd. Hoeveel de ouders opvoedkundig in hun kinderen investeren, bepaalde zij
aan de hand van vragenlijsten die de ouders invulden.Ouders blijken meer in hun kinderen te
investeren als die in uiterlijk en karakter op hen lijken. Ook krijgen die kinderen minder
vaak straf. Hetzelfde geldt voor kinderen met een aantrekkelijk uiterlijk. Zij worden
verondersteld gezond te zijn en een goede kans op nageslacht te hebben.
Ook grootouders besteden meer aandacht aan hun kleinkinderen naarmate zij zekerder zijn
\van een genetische verwantschap. De meest betrokken grootouder is doorgaans de oma aan moeders
kant, die daar altijd zeker van is. Het minst betrokken is de opa aan vaders kant, die de meeste
onzekerheid kent over de verwantschap met zijn kleinkinderen. Heijkoop vindt de uitkomsten van
haar onderzoek opmerkelijk. Hoewel gezinnen in de huidige westerse samenleving klein zijn en
de meeste ouders ruim voldoende middelen hebben om al hun kinderen evenveel aandacht te geven,
blijkt dat oerinstincten nog steeds een rol spelen in de opvoeding, aldus de promovenda.
Heimwee
Wanneer uw kind last heeft van heimwee kunt u de volgende tips toepassen:
- Deel uw optimisme met het kind, niet uw angsten en vermijd gemengde boodschappen als: "Veel plezier op kamp, en niet bang zijn!".
- Spreek niet van tevoren af met uw kind dat u het komt ophalen als het heimwee heeft, hierdoor wekt u de indruk dat het wel eens eng kan zijn.
- Oefen regelmatig met weg zijn van huis, plan bijvoorbeeld een logeerpartij bij opa en oma.
- Pak iets persoonlijks van thuis, zoals het favoriete knuffeldier van uw kind in.
- Praat er over hoe de logeerpartij of het kamp zal zijn en oefen typische situaties, zoals in het donker met een zaklamp de wc vinden en maak er een spel van.
- Stuur vooraf een brief of pakje dat uw kind bij aankomst aantreft.
- Haal uw kind niet te snel naar huis, uit onderzoek blijkt dat ongeveer 7 procent van de heimweegevallen ernstig is, de rest is binnen twee dagen over.
- Mocht de logeerpartij worden afgebroken, zorg er dan voor dat uw kind zich geen mislukking voelt, moedig uw kind aan om het volgende keer weer te proberen.
Zelfvertrouwen
Door middel van de volgende tips kunt u aan het zelfvertrouwen van uw kind werken:
- Versterk bij kinderen het gevoel dat ze iets kunnen.
- Geef het gevoel dat er naar ze wordt geluisterd.
- Heb en toon waardering voor ze.
- Moedig kinderen aan elkaar te respecteren maar ook voor zichzelf op te komen.
- Leer ze waardering te tonen voor elkaars goede eigenschappen.
- Help ze hun mislukkingen en tegenslagen te relativeren.
- Geef ze de kans om zich goed te voelen.
- Leg het accent op positieve vorderingen.
- Leg uit dat ze ook van hun fouten kunnen leren.
- Geef ze de kans hun prestaties te tonen.
- Leer kinderen de positieve kanten van zichzelf te zien.
- Geef ze regelmatig een pluimpje!
Eten met kinderen
Een probleem dat veel ouders kennen is het terugkerende gevecht van de warme maaltijd, hier zijn enkele tips en adviezen:
- Betrek de kinderen bij het voorbereiden van de maaltijd. Kinderen kunnen goed mee-denken over wat ze willen eten. Laat ze bijvoorbeeld het toetje bedenken. Vraag wat er nog meer in de soep zou kunnen. Maar ook: praat over wat eetbaar is en wat niet. Wat dieren eten en mensen niet en waarom.
- Ook zijn ze meestal ge?nteresseerd in de bereiding van het eten. Probeer ze zo veel mogelijk te laten helpen (ook jongetjes!). Van het vullen van de bak met water waarin je de groente wast, tot het dekken van de tafel.
- Als ze groter worden, zullen ze steeds meer willen doen. Van het roeren in een hete pan en het schillen van de aardappels, tot het versieren van schotels en borden.
- Geef vooraf stukjes rauwe groente. Veel kinderen vinden gekookte groente niet lekker. Dat is ze niet kwalijk te nemen, want zeg nu zelf: u staat toch ook niet te watertanden bij papperige bloemkool, zompige worteltjes en draderige boontjes?
- Veel groentes kunnen rauw gegeten worden en kinderen vinden dat vaak een stuk lekkerder. Geef dus als u staat te koken zo nu en dan een stukje rauwe groente om te knabbelen. Zo hebben ze al heel wat binnen voordat ze aan tafel gaan en hoeft u zich geen zorgen meer te maken over de nodige vitaminen.
- Eet samen met de kinderen. Kinderen doen na wat ze zien. Als de ouders samen eten met de kinderen in plaats van apart, leren ze van uw gedrag. Tenzij u zelf beroerde tafelmanieren heeft, zal uw kind dus een goed voorbeeld krijgen.
- Wat daar ook bijhoort, is dat je met regelmaat aan elkaar vertelt hoe lekker het eten is, en dat degene die het heeft klaargemaakt een complimentje verdient. Als ze dan eens ergens anders eten, zult u versteld staan van hoe goed ze het eigenlijk al blijken te kunnen.
- Geef diepe borden en handzaam bestek. Het is voor de kleine kinder-handen en hun gebrekkige motoriek heel erg moeilijk om netjes te eten. Toch moeten ze dat leren. Het is dan wel belangrijk dat het niet altijd alleen maar fout gaat. Een driejarige die zijn best doet, maar bij wie het eten toch altijd op de grond terecht komt, raakt gefrustreerd.
- Geef een kind daarom een diep bord, of anders een zo groot mogelijk bord, zodat ze wat speelruimte hebben. Snijd het eten in hapklare stukjes. Stimuleer ze om zowel een lepel als een vork te gebruiken. Een vierjarige kan een (niet te scherp) mes leren hanteren.
- Schep niet te veel tegelijk op. Het is belangrijk dat een kind plezier heeft ? en houdt ? in eten. Schep dus niet te veel tegelijk op. Zo ziet het kind niet op tegen een onnemelijke berg eten en kan hij misschien zelfs eens om een extra portie vragen. Dat lokt bij de ouders weer een leuke reactie uit ("Joh, wat fijn dat je het zo lekker vindt") en dat komt de sfeer ten goede.
- Leer een kind te proeven. De smaak van een kind is in ontwikkeling. Een maal geen sperciebonen, wil niet zeggen dat het kind de volgende keer ook geen sperciebonen wil eten.
- Doe elke keer of je van niets weet en bied alles aan wat u zelf ook eet (mits niet te scherp, want dat kan pijn doen).
- Leer een kind dat het iets wat het echt niet lekker vindt ook niet volledig hoeft op te eten. Maar dat er w?l altijd iets geproefd moet worden van alles wat er op tafel komt. E?n hapje. Dat kan verrassende momenten opleveren: "Mmm, veldsla vind ik h??l erg lekker mam!"
- Gebruik eten nooit als straf of beloning. Vroeger haalden ouders afschuwelijke dingen uit om een kind te laten eten. Neusjes werden dichtgeknepen zodat de lepel eindelijk naar binnen kon. En sommige kinderen werden vastgebonden aan de kinderstoel, net zolang totdat het bord leeg was.
- De kans is groot dat deze kinderen een ongezonde relatie hebben ontwikkeld met voedsel.
- Om dat te voorkomen is het belangrijk om een kind niet te dwingen iets te eten wat hij of zij echt niet wil. Het 'voor-straf-geen-toetje' is niet zo'n goed idee. Het belonen met een toetje evenmin, trouwens. In beide gevallen kan er een ongezonde relatie met eten ontstaan, waarbij het ontwikkelen van eetstoornissen op latere leeftijd, zoals boulemie, niet denkbeeldig is.
- Neem de tijd voor maaltijden. Probeer zo veel mogelijk van de maaltijd een 'tijd met z'n allen' te maken; vooral de avond-maaltijd. Het ontbijt is meestal haastig, en tijdens de lunch is niet iedereen aanwezig.
- Het avond-eten is bij uitstek geschikt om aandacht te hebben. Niet alleen voor het eten zelf, maar ook voor elkaar.
- Na een enerverende werkdag hebben de ouders elkaar soms veel te vertellen, maar het is belangrijk om dat uit te stellen. Neem de tijd en probeer de kinderen zoveel mogelijk te betrekken in de tafel-gesprekken. Zo leert een kind dat samen eten prettig is, en meer is dan voedsel tot je nemen.
- Eet niet te laat en zoek naar regelmaat. De meeste kinderen hebben om zes uur gewoon honger: hun lijf vraagt om een nieuwe stoot energie en als ze die niet krijgen, worden ze hangerig, huilerig of ronduit vervelend.
- Probeer dit moment voor te zijn, door op tijd aan tafel te gaan. Eet zoveel mogelijk elke dag op dezelfde tijd.
- Als u de maaltijd toch moet uitstellen, geef de kinderen dan vooraf iets anders te eten. Een kind dat honger heeft, moet gevoed worden. Bedenk ook dat een kind dat te laat eet, later inslaapt en vaak onrustiger slaapt.
Zindelijkheid
Hier zijn enkele tips en adviezen om zindelijkheid te oefenen met uw kind:
- Ga standaard een paar keer per dag met uw kind naar het toilet.
- Laat uw kind geen uren op het potje of de wc zitten, een paar minuten is voldoende.
- Blijf in de buurt als uw kind op het potje of op de wc zit zodat er geen ongelukjes kunnen gebeuren. Hierdoor zou uw kind extra angstig kunnen worden voor de wc.
- Oefen niet op momenten dat uw kind moe, hangerig of niet lekker is. Probeer het leuk te houden voor uw kind.
- Zorg voor een rustige omgeving als uw kind op het potje of de wc zit, dus zonder andere mensen erbij en zonder drukte of afleidingen.
- Dwing je kind niet om op het potje te gaan en reageer niet boos en straf kinderen ook niet als ze te laat bij de wc zijn of als ze niet op de wc willen plassen.
- Zet uw kind op het potje of de wc op tijden dat hij meestal plast op poept, zoals bijvoorbeeld na het eten. Op deze manier is de kans groot dat het kind bij toeval zijn plasje op het potje doet.
- Reageer trots en blij als uw kind een plasje heeft gedaan, ook al zijn het maar een paar druppels. Op deze manier leert uw kind dat mama en papa het fijn vinden als je een plasje doet op de wc en zal dit gedrag zich dus herhalen.
- Bedenk een leuke beloning voor elke keer dat kinderen hun behoefte op het potje of de wc hebben gedaan. Zoals bijvoorbeeld het mogen uitzoeken van een stickertje en deze op een velletje plakken en als er bijvoorbeeld tien stickertjes op zitten krijgen ze een klein cadeautje.
- Oefen samen met uw kind, of laat het samen met een grotere broer of zus oefenen. Zet uw kind op het potje naast de wc als de ander ook naar de wc gaat. Kinderen willen namelijk vaak na doen wat papa of mama of een broer of zus doet. Ook al doen ze in het begin nog niks op het potje zo wennen ze wel aan het idee om op het potje of op de wc te zitten. Zo wordt de wc minder eng voor kinderen.
- Geef uw kind op vaste tijden veel drinken, in plaats van kleine beetjes verdeeld over de hele dag.
- Geef uw kind voor het slapen gaan liever geen drinken en laat hem even naar het toilet gaan.
- Voordat u gaat slapen, neemt u het kind ook mee naar het toilet.
- Betrek uw kind bij het verschonen, laat hem of haar bijvoorbeeld zelf de kleding aantrekken.
Peuterpuberteit
Wat doe ik als mijn peuter driftig is?
- Tijdens de bui is je kind moeilijk te kalmeren. Zorg dat hij zichzelf of zijn omgeving niet beschadigt. Bij een driftbui raakt je kind overspoeld door emotie: woede. Hij heeft geen beheersing over zichzelf en doet dingen die hij anders nooit zou doen. Dat is een angstige ervaring. Na afloop kan hij helemaal ontredderd zijn en zich gedragen alsof hij weer een beetje baby is.
- Laat hem rustig uitrazen. Bij sommige kinderen werkt beetpakken kalmerend, maar de meeste worden er nog razender van. Andere kindjes kalmeren weer beter door ze even in afzondering te plaatsen.
- Schopt hij, slaat hij of gaat hij dingen kapotmaken, stel dan duidelijke grenzen. Geef zeker niet toe. Dat geeft je kind de indruk dat hij met een driftbui iets kan bereiken. Maak duidelijk dat hij aanvaard wordt, maar niet zijn boosheid.
- Schud je kind nooit door elkaar om het te kalmeren. Dit helpt niet en kan zelfs gevaarlijk zijn.
- Na afloop troosten. In zijn ontredderde toestand kan hij wel wat troost gebruiken, ook al was de aanleiding tot de driftbui een conflict met jou.
Wat moet ik NIET doen als mijn peuter een driftbui heeft?
- Het is soms moeilijk om je te beheersen want woede is besmettelijk. Maar wordt zelf niet kwaad en ga niet schreeuwen. Dat zal hem alleen nog woedender te maken.
- Ga niet redeneren of tegensputteren. Drift is niet vatbaar voor rede.
- Niet straffen, of juist belonen door hem zijn zin te geven. Je moet voorkomen dat een driftbui kan gaan dienen om aandacht te krijgen.
- Wanneer je in omstandigheden verkeert dat de driftbui je in verlegenheid kan brengen, ga hem dan niet extra voorzichtig behandelen. Daardoor plaats je je kindje in een machtspositie. Dat is beslist niet goed voor jou of voor hem. Bovendien geeft onduidelijkheid en inconsequentie in regels een onveilig gevoel bij je kind.
Hoe verandert je peuter snel van gedrag?
- Leid je kind af. Bij jonge kinderen lukt dit redelijk makkelijk. Gooit je kind in huis met spullen, wijs dan naar iets leuks op tv of in een boekje.
- Negeer je kind. Je hoeft niet altijd op alles te reageren. Gebruikt je kind lelijke woorden (die het vaak zelf niet snapt), dan kan je daar maar beter geen aandacht aan schenken. Er wel aandacht aan geven lokt soms nog extra negatief gedrag uit.
- Laat je kind de gevolgen van zijn gedrag ondervinden. Is het koud buiten en weigert je kind om handschoenen aan te doen, laat het dan de last ondervinden van het niet-luisteren. Doe dit niet in een gevaarlijke situatie.
- Corrigeer het gedrag. Moedig het gewenste gedrag aan. Neemt je kindje iets af van zijn broertje, zeg dan dat het daar eerst om moet vragen.
- Beloon of bevestig je kind als het dit goed doet!
Faalangst
Hier volgen enkele tips en adviezen hoe u om kunt gaan met een kind met faalangst:
- Probeer zoveel mogelijk een veilige omgeving voor het kind te scheppen.
- Soms kan een kind niet beter. Accepteer dat.
- Geef uw kind het gevoel dat u de angsten begrijpt door er niet overheen te praten of het gerust te stellen.
- Praat over vorderingen, ook de kleine. Meld niet steeds wat er nog niet goed is.
- Wees duidelijk in de opdrachten die u geeft.
- Stel reële eisen aan het kind. Hou daarbij rekening met de leeftijd.
- Laat het kind voelen dat u vertrouwen heeft in zijn of haar kunnen.
- Ga niet in op vluchtgedrag en neem geen werk uit handen. Het kind moet leren omgaan met stress en mislukking.
- Vermijd competitieve sporten.
- Stel met het kind realtistische doelen. Laat het met makkelijke taken beginnen, zodat het succeservaringen opdoet.
- Beloon het kind voor niet-faalangstige momenten en geef waardering voor geleverde prestaties.
- Stimuleer het kind trots te zijn op eigen prestaties.
- Let erop dat het kind niet afhankelijk wordt van de goedkeuring van anderen, maar dat hij vooral zichzelf goed moet vinden.
- Geef net zoveel aandacht aan de inspanningen van uw kind als aan het resultaat.
Last update: 20-01-2010